Buienradar op straatniveau

Hevige regelval leidt tot wateroverlast in steden. Om schade te kunnen voorkomen, is het nodig te weten hoeveel regen waar neerkomt. Dr.ir. Marie-Claire ten Veldhuis onderzoekt hoe betrouwbare data daarover te verzamelen is.

Steeds meer stenen, steeds minder groen en open water; dat is de Nederlandse stad. Als er een fikse onweersbui uitbreekt, kan iedereen zien waartoe dat leidt: de riolering kan de enorme hoeveelheid water niet verwerken, putten stromen over, straten en kelders komen blank te staan. De verwachting is dat Nederland door een opwarmende Noordzee steeds vaker te maken krijgt met stortbuien.
Tijd voor oplossingen voor dit soort piekbelasting. Maar dan moet eerst duidelijk zijn op welke plekken die oplossingen moeten komen en dus waar de regen daadwerkelijk de grond raakt en hoeveel dat dan is. “Daarover is nu niet genoeg informatie”, vertelt universitair docent stedelijke watersystemen Marie-Claire ten Veldhuis van de afdeling watermanagement (Civiele Techniek en Geowetenschappen). Weerstations, een regenradar en een mobiele app moeten daarin verandering brengen.

Momenteel test Ten Veldhuis twintig weerstations op de Delftse campus. Dit soort stations staat nooit in steden, omdat ze daar volgens regels van de World Meteorological Organisation te dicht op de bebouwing staan. “Voor stedelijk waterbeheer moeten ze wel in de stad gebouwd worden. Wij onderzoeken hoeveel weerstations er nodig zijn om een representatief beeld te krijgen.” Ook een aantal Delftse basisscholen doet mee aan dat project.

Na de testfase komen ook weerstations in Rotterdam en Amsterdam te staan. Ten Veldhuis gaat de data die de stations in Rotterdam genereren combineren met die van de geavanceerde regenradar, die de stad Rotterdam in samenwerking met de vakgroep van radarexpert Herman Russchenberg dit jaar plaatst op het gebouw van Nationale Nederlanden. Die kan per straat regenmetingen doen, op een hoogte van 150 meter boven de grond.

Daarmee is nog niet geheel zeker waar de meeste druppels de grond raken. De wind heeft daarop een lastig te voorspellen invloed, omdat gebouwen de wind beïnvloeden. Daarom wil Ten Veldhuis in Amsterdam mensen inzetten als regenmeters, zij noemt het citizen sensing. Zij krijgen een app waarmee ze kunnen doorgeven hoeveel regen er in hun straat valt of is gevallen. Die app ontwikkelt Ten Veldhuis samen met de groep intelligent systems (Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica). Haar bachelorstudenten gaan hem testen. “Zo hopen we heel veel informatie te combineren, om vervolgens te kunnen modelleren.” Om uiteindelijk te komen tot iets waar we allemaal iets aan kunnen hebben: een buienradar op straatniveau.

 

Foto © Sam Rentmeester

Foto © Sam Rentmeester

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar