Dreigende voedselschaarste

Eén op de drie maïsplanten verdwijnt in de Verenigde Staten in een bio-ethanolfabriek. Als dit aandeel verder toeneemt, kan dit leiden tot ongewenste concurrentie met voedselproductie. Tenzij men alleen niet-eetbare plantenresten omzet in bio-ethanol. Biotechnoloog prof.dr. Jack Pronk (TNW) werkt hieraan samen met chemiebedrijf DSM. Afgelopen september openden DSM en een Amerikaanse partner hun eerste fabriek in de VS waar brandstof wordt geproduceerd uit maïsloof en -stengels; de zogenaamde tweede generatie bio-ethanol.
De champagne vloeide rijkelijk. Ook in Delft. “We hadden een live verbinding met het feest in Iowa”, zegt Pronk. “Het was een hoogtepunt in mijn carrière. Het is fantastisch om te zien dat ons onderzoek hieraan heeft bijgedragen.”
Pronk doelt op de gistcellen die zijn onderzoeksgroep na jarenlang onderzoek zodanig genetisch heeft aangepast dat ze vrijwel alle suikers in plantenafval afbreken. Normaal zetten gisten alleen suikers met zes koolstofatomen, zoals glucose, om in ethanol. Voor de productie van tweede generatie biobrandstof moeten ze ook suikers met vijf koolstofatomen – en dan met name xylose en arabinose – omzetten.
Tien jaar geleden zetten Pronk en prof.dr. Hans van Dijken de eerste grote stap in die richting. Een schimmel, die Nijmeegse collega’s in olifantenpoep aantroffen, bleek een bijzonder gen te bevatten dat de sleutel vormde voor de omzetting van xylose. De Delftenaren brachten dat gen aan in het DNA van hun gistcellen. Sindsdien zijn ze met verdere genetische modificaties en natuurlijke selectie deze ‘xylose-
gist’ verder aan het verbeteren.

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar