Einde van het houtje-touwtje-onderzoek

Niet alleen publicaties moeten voor iedereen toegankelijk zijn, ook de onderliggende data, vindt NWO. Waar ga je onderzoeksdata opslaan, hoe maak je ze vindbaar en geschikt voor hergebruik? Op die drie vragen moeten wetenschappers antwoord geven als ze in aanmerking willen komen voor een subsidie van anderhalf miljoen euro van NWO, de zogenaamde Vici-subsidie.

Atmosfeeronderzoeker prof.dr.ir. Herman Russchenberg (CiTG) vindt de filosofie van NWO goed. “Maar het kost tijd om data toegankelijk te maken. Data zijn alleen bruikbaar voor anderen als ze voorzien zijn van goede metadata. Bij Cabauw in Lopik doen wij onderzoek naar de atmosfeer. De context waarin we metingen verrichten, zoals de windrichting en de instelling van de instrumenten, moeten we goed noteren. Dat is best ingewikkeld.

Als je een meetcampagne hebt van twintig jaar, dan kun je goede afspraken met elkaar maken”, vervolgt hij. “Maar als een individuele onderzoeker een nieuwe meettechniek ontwikkelt, wordt het allemaal al snel meer houtje-touwtje. Je moet dan zelf bedenken hoe je de data bruikbaar maakt voor anderen. daarnaast zullen we veel meer moeten gaan nadenken over de bestandstypen. Niemand werkt nog met floppy disks.”

Prof.dr. Alan Hanjalic (EWI) voorziet problemen. Hij ontwikkelt algoritmes om videobestanden doorzoekbaar te maken. “Wij hebben enorme bergen aan videobestanden nodig om onze algoritmes op te testen. Daarvoor zijn we afhankelijk van bedrijven als Google en Yahoo. Zij stellen data aan ons beschikbaar als wij ze kunnen helpen. De algoritmes die wij vervolgens ontwikkelen, kunnen we openbaar maken, maar niet de onderliggende data, want die zijn eigendom van de bedrijven.”

Dr.ir. Johan Molenbroek, ergonoom bij Industrieel Ontwerpen, is helemaal voor open data. Hij won vorig jaar de dataprijs van stichting Research Data Netherlands voor het oprichten van Dined, een database voor ontwerpers over de variatie van menselijke maten van Nederlanders. Een heikel punt is privacy. “Hoe voorkom je dat de mensen die in beeld zijn gebracht herkenbaar zijn? Het zijn driedimensionale foto’s, die kun je niet zomaar op internet zetten. Ik heb de mensen onherkenbaar gemaakt door met Photoshop bepaalde laagjes uit de foto’s te verwijderen zonder dat daardoor de bruikbaarheid van de foto’s werd aangetast.”

 

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar