Column: Feitendoping

‘Sport is lichaamsbeweging met willekeurige, zelfopgelegde, absurde handicaps’, schreef Hugo Brandt Corstius. En zo is het. Beperkingen die de vrijwillig gehandicapten overigens direct uit alle macht proberen te overwinnen – binnen de regels, maar vooral ook erbuiten. Verboden vruchten, afspraken en middelen zijn zo oud als sport zelf, waarschijnlijk ouder.

Sport is een heerlijk heldere wereld waarin zwart en wit het altijd winnen van grijs. Een strijdtoneel met slechts één echte winnaar en heel veel verliezers. Zoals in de Romeinse arena. Ook dat was volksvermaak pur sang. Duim omhoog, duim naar beneden, met de dood als laatste fluitsignaal.
Sport is populair bij de gratie van het contrast met het leven van de fans. Een voortkabbelende kantoortuin vol nuance waar zelfs met moeite maar weinig glorieus aan te ontdekken valt. Niet de ondubbelzinnigheid van het veld, de baan of de ring, maar de doorsnee middelmatigheid van de Vinex-wijk. Niets mis mee, overigens, zo is nu eenmaal het leven. Hoewel. Blijkbaar wil de fan meer.
Steeds vaker zoekt die zelf het strijdtoneel. Of beter: maakt er een. Schelden in plaats van onderbouwen. Voor. Tegen. Stelling nemen, liefst anoniem. Wie met weemoed aan Zwarte Piet durft te denken is een racist, wie de lachende knecht inmiddels wel welletjes vindt, een landverrader. Als meerennende wieleridioten op de Alpe d’Huez schreeuwend op weg naar
fifteen seconds of fame.

Die hang naar polarisatie wordt blinkend weerspiegeld in de politiek. Geef de mensen wat ze willen, brood en spelen. Geef ze het beeld van besluitvaardigheid, het idee van krachtig leiderschap en de illusie van snelle oplossingen zonder nadelen. Als sporters voor de start. Onoverwinnelijkheid uitstralen, dat trekt kiezers. Fuck de feiten, helden willen we.
Een overdrijvinkje hier, een uit-z’n-verband-rukje daar. Of gewoon een compleet verkeerde voorstelling van zaken. Zonder schaamte. Feiten zo krom dat hun eigen moeder ze niet meer zou herkennen. Met als beloning geen hoon of spot, maar iets nog waardevoller dan goud, wierook en mirre samen: media-aandacht.
In de Verenigde Staten maakt iemand die van alle kandidaten de meeste ‘onjuistheden’ vertelt, grote kans om president te worden, zo blijkt uit onderzoek. In 4,6 uur toespraken en persconferenties iedere vijf minuten een. Republikeinen vinden hem hun gedroomde leider. Alsof Lance Armstrong bij de start voor de camera ostentatief een spuit epo had gezet.

Als leugens het winnen van waarheid, als ‘feiten’ ook zonder onderbouwing een productief, vruchtbaar bestaan kunnen leiden, bungelen de hoeders van rede en ratio achter in een gedrogeerd peloton. Vergeet het podium of een ereplaats. Wachten op betere tijden is al wat rest. Een tip: houd uw adem niet in terwijl u wacht, het kan nog wel even duren.

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar