Gezocht: perfecte sportrolstoel

TU-promovendus Rienk van der Slikke ontwikkelde een methode om te meten wat er met de snelheid van een sportrolstoel gebeurt als je die anders instelt. Hij wil sporters advies op maat kunnen geven.

Foto © Sam Rentmeester . 20160525 . Rolstoelonderzoek, Rienk van der Slikke, HHS Den Haag, Delft Integraal DI // thema

Foto © Sam Rentmeester

Om sportrolstoelen te kunnen optimaliseren, moet je weten wat er tijdens een wedstrijd gebeurt. Hoe snel kunnen sporters wegrijden vanuit stilstand? Hoe vaak draaien ze en hoe snel?
Rienk van der Slikke bedacht een meetmethode met sensoren voor zijn onderzoek dat onderdeel is van een samenwerking met de Haagse Hogeschool, Vrije Universiteit en Rijksuniversiteit Groningen. Op de wielen en op het frame onder de zitting plaatste hij shimmers, sensoren die rotatiesnelheid en versnelling meten. Op een scherm kon hij zien hoe de wielen draaiden en welke afstand ze hadden afgelegd. Met de shimmer op het frame corrigeerde hij daarbij voor het feit dat in een wedstrijd de wielen vaak slippen.
Door deze informatie te combineren met video-opnames kon Van der Slikke bij bijvoorbeeld rolstoeltennis zien dat spelers vanaf de servicelijn naar het net reden en wat er uiteindelijk voorafging aan winnende punten. Reden de sporters bijvoorbeeld rustig of juist heel hard? Spelers zijn op die manier onderling met elkaar te vergelijken.
Hetzelfde geldt voor rolstoelbasketbal, waarop Van der Slikke zich specifiek richt. “Bij basketbal weet je dat het belangrijk is dat de een harder kan sprinten dan de ander”, zegt hij. “Als je bijvoorbeeld de bal wilt pakken of iemand wilt blokkeren.” Maar wil je dan alleen de snelste rolstoel? Volgens de parttime docent bewegingstechnologie aan de Haagse Hogeschool zal een coach zijn spelers graag zo hoog mogelijk laten zitten. Zo komen ze boven hun tegenstanders uit en kunnen ze makkelijker scoren. Maar hoe hoger een speler zit, hoe langzamer hij naar verluidt gaat.  “Stel, je laat iemand vijf centimeter zakken, hoeveel sneller wordt hij dan? Of hoeveel beter kan hij versnellen? Als je ietsje lager zit en je een groter gedeelte van de aandrijfhoepel van je wielen kunt pakken, kun je sneller accelereren en misschien nét voor je tegenstander uitkomen.”
Een andere variabele is de zogeheten camberstand, de mate waarin de wielen schuin staan. Bij een gewone rolstoel staan de wielen recht overeind, maar bij de meeste sportrolstoelen staan ze iets schuin. “Dat vergroot de wendbaarheid”, aldusVan der Slikke. “Totdat je ze weer té schuin zet, dan krijg je meer rolweerstand.”
Verder valt er te variëren in de positie van de wielen. Alle sportrolstoelen hebben een zogeheten anti-tipwiel. Dat voorkomt dat spelers bij hard optrekken achterover kukelen. Door dit wiel kun je de grote wielen een eind naar voren plaatsen, zodat je gewicht meer op de achterwielen rust. “Voordeel daarvan is minder rolweerstand, bovendien ben je wendbaarder.”
Van der Slikke heeft al bij tientallen rolstoelsporters metingen verricht, zowel tijdens wedstrijden als in een testcircuit. Hij wil dat ook  doen bij rolstoelbasketballers, om te zien wat het effect is van de verschillende instellingen. Met en zonder extra gewicht, verschillende zithoogtes en met handschoenen voor meer grip.Als spin-off wil Van der Slikke zijn meetsysteem op de markt brengen  in de vorm van een kastje dat op het rolstoelframe komt. Zo kunnen sporters hun eigen training en wedstrijd evalueren en mogelijke blessures vroeg detecteren.

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar