Hechte banden met China

Samenwerken met China doet de TU Delft al decennia lang, maar pas sinds drie jaar is die relatie verdiept. Wat is de meerwaarde van een joint research centre?

We werken al sinds 2000 samen met de Wuhan University en hebben regelmatig gasten van hen over de vloer”, zegt prof. Peter van Oosterom van de faculteit Bouwkunde. Sinds de oprichting van het Joint Research Centre (JRC) in Wuhan, in november 2012, mag hij zich academic director noemen.

“Door de JRC is de samenwerking herkenbaarder, structureler en duurzamer geworden. We doen nu minder ad hoc en maken betere afspraken over de uitwisseling van studenten en onderzoekers, PhD’s en masteronderwijs. Bovendien ben je samen sterker, want als je een onderzoeksvoorstel maakt, heb je met twee goede partners meer kans dan in je eentje. Het wordt daardoor steeds meer een samenwerking in balans.”

Inmiddels telt de TU Delft zes van deze strategische onderzoekscentra over de hele wereld. In mei 2011 werd het Beijing Research Centre geopend, gevolgd door drie andere JRC’s in respectievelijk Nanjing, Guangzhou en Wuhan in november 2012. In diezelfde maand werden de relaties met Zuid-Amerika geïntensiveerd door een kantoor te openen in Campinas, Brazilië. En in december 2013 volgde het centrum in Hanoi, Vietnam. Eigenlijk klinkt elke samenwerking even logisch als herkenbaar, want de focus ligt op één specifiek thema. Zo gaat het in Beijing vooral over LED’s, in Nanjing over water, in Guangzhou ligt de focus op stedelijke ontwikkeling en in Wuhan zitten de specialisten op het gebied van geo-informatie.

Ook Vincent Nadin, hoogleraar ruimtelijke planning bij Bouwkunde en academisch directeur van het JRC in Guangzhou, ziet de voordelen van de geformaliseerde samenwerkingsvorm. “Dit is een veel betere manier om internationale relaties op te bouwen. Als universiteit willen we een diepere relatie, zodat we echt samen onderzoek kunnen doen.” Als voorbeeld noemt hij het onderzoek dat hoogleraar Jan Rots bij de faculteit Civiele Techniek & Geowetenschappen (CiTG) doet, naar aardbevingen in het gebied van Groningen. “Guangzhou heeft een speciaal laboratorium voor aardbeving onderzoek, met onder meer een vloer die trilt. Dat vind ik een leuk voorbeeld van hoe onze interesses perfect bij elkaar passen.”

Tweerichtingsverkeer
Het is dan ook strikt de bedoeling dat de samenwerking geen eenrichtingsverkeer is. “In China zijn prima faciliteiten met serieuze satellietprogramma’s, het is interessant voor ons om daarbij betrokken te zijn. Bovendien helpt talent uit China ons onderzoek uit te voeren en samen te publiceren. De ontwikkeling is daar in de afgelopen tien jaar heel hard gegaan. Het is arrogant om te denken dat ze achterlopen op ons. Op sommige vlakken zijn de rollen misschien zelfs wel omgekeerd”, zegt Van Oosterom. Dus hebben de universiteiten niet alleen toegang tot elkaars state-of-the-art laboratoria, ook halen ze beide evenveel geld binnen bij hun nationale fondsen. “We organiseren jaarlijks een congres samen en hebben al een paar gezamenlijke onderzoeksprojecten”, zegt Nadin. “Zo krijgt de TU Delft  280 duizend euro van de Nederlandse
Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), terwijl Guangzhou van de China National Natural Science Foundation of China (NNSFC) een miljoen renminbi (bijna 150 duizend euro) heeft gekregen voor het project van Guang Ye van CiTG. Hierin werken we samen aan duurzaam beton. Dit zou zonder JRC niet mogelijk zijn geweest.”

Waarin de JRC’s wel verschillen zijn de aantallen studenten en onderzoekers, die in China doorgaans een stuk hoger liggen. Zo levert de geo-opleiding in Wuhan jaarlijks 500 PhD’s, 1500 master- en 3000 bachelorstudenten af, terwijl dat in Delft respectievelijk 10, 50 en 0 zijn (bij Bouwkunde en CiTG samen). Daarnaast zijn in Wuhan ruim twee keer zoveel stafleden bij het JRC betrokken, veertig tegen twintig mensen in Delft. Aan het JRC in Guangzhou, die zich specialiseert in urbanisatie, werken overigens zo’n veertig Delftse stafleden mee, verspreid over de faculteiten CiTG, Techniek, Bestuur en Management (TBM) en Bouwkunde.

th_LED_Koplamp_3803_SITE

Dating service
Na drie jaar is de samenwerking met Aziatische bondgenoten dus al een stuk intensiever, maar de komende jaren moet de band nog hechter worden. “Ons platform is een soort dating service, dat mensen met elkaar matcht”, zegt Nadin. “We hebben de afgelopen drie jaar veel onderzoekers gekoppeld, nu is het tijd om de relaties te verdiepen.” Zo zijn enkele JRC’s bezig om een double degree PhD te ontwikkelen, wat betekent dat promovendi zowel van China als van Nederland een diploma krijgen. “Dat is voor een promovendus heel mooi, het zijn twee toonaangevende universiteiten in zijn vakgebied”, zegt Van Oosterom. Het is de bedoeling dat de begeleiders van de promovendi ook een tijdje naar de andere universiteit gaan, ook om gastcolleges te geven en onderzoeksvoorstellen uit te werken.

Ten slotte denken de academische directeuren die in Delft verantwoordelijk zijn voor een JRC samen met hun Chinese counterpart verder na over de richting waarin de samenwerking zich moet ontwikkelen. “We hebben hier een adviesraad met mensen uit het bedrijfsleven en de overheid, die ons advies geven over de richting van het onderzoek. Net als in China. Dat werkt heel stimulerend”, zegt van Oosterom. “Al met al heeft een JRC, waarin je samen met strategische partners onderzoek kunt verdiepen, veel voordelen boven het hebben van een ad hoc-relatie”, besluit Nadin.

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar