Inzich in uitzicht

thema_Room-View thema daglicht

Van blinde muur tot weids landschap; uitzichten verschillen sterk. Toch wordt daar binnen de bouwkunde maar weinig aandacht aan besteed. Dr. Hester Hellinga ontdekte dat mensen die tevreden zijn met hun uitzicht, vaak ook tevreden zijn met de hoeveelheid daglicht op hun werkplek.

Hellinga ontwikkelde een hulpmiddel om uitzichten te beoordelen, zodat architecten bij het plaatsen van een gebouw op een perceel voortaan meer letten op zichtlijnen en gebruik van groenvoorzieningen. Ze vroeg kantoorpersoneel in verschillende gebouwen om de kwaliteit van hun werkplek te beoordelen met betrekking tot hun kantoor, de verlichting en het uitzicht. Vervolgens ontwikkelde ze een methode om daglicht en uitzicht te analyseren, inclusief een beoordelingssysteem voor de kwaliteit van het uitzicht. Daarbij worden scores toegekend aan verschillende aspecten.

In de voorbeelden uit Hellinga’s proefschrift variëren de scores voor daglicht en uitzicht van twee punten voor een uitzicht op een grijs betonnen vlak tot elf voor een uitzicht op een groene glooiing langs een rivier aan een bosrand. De subjectieve beoordelingen (door de respondenten) liepen wat minder sterk uiteen (tussen 2,0 en 8,3), maar volgden dezelfde trend. In de roman ‘A Room with a View’ van E.M. Forster zegt een zekere meneer Emerson: ‘Mannen hebben geen behoefte aan een uitzicht.’ In tegenstelling tot dames, bedoelt hij.

‘Wij hebben ons uitzicht hier, in ons hoofd’, gaat hij vervolgens verder.
Hoewel Hellinga niet uitsluit dat mannen en vrouwen een uitzicht verschillend zullen beoordelen, heeft ze de gemiddelde waardering bestudeerd, zonder verder onderscheid naar geslacht, leeftijd of culturele achtergrond. Die waardering bleek goed overeen te komen met haar beoordelingssysteem.

Hellinga deed ook onderzoek naar de invloed van het raam (grootte, hoogte, proporties) op de waardering van het uitzicht. Daarvoor liet ze de respondenten door een schaalmodel (1:5) van een kantoor naar buiten kijken. Door de gevel van het schaalmodel te verwisselen kon ze de invloed van verschillende ramen en uitzichten op de visuele kwaliteit van de kantoorruimte bestuderen.
Uit dit tweede onderzoek werd duidelijk dat mensen een raam willen dat minimaal een kwart van de muur inneemt, maar geen geheel glazen wand. De vorm van het raam was minder belangrijk, maar een ‘liggend’ raam heeft de voorkeur boven een ‘staand’. Het aandeel lucht in het uitzicht was een vrij goede indicator van de hoeveelheid invallend daglicht.

 

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar