#Looklikeanengineer

De wetenschap is niet boven seksisme verheven. Dat geldt in ieder geval voor wetenschappers en ingenieurs.

In juni maakte Nobelprijswinnaar Tim Hunt seksistische opmerkingen over vrouwen die in een laboratorium voor te veel afleiding zouden zorgen. Op sociale media was de kritiek niet van de lucht. ‘#DistractinglySexy’ werd trending topic op Twitter en vrouwelijke ingenieurs postten foto’s van zichzelf terwijl ze aan het werk waren: in een veiligheidspak, met een helm op of gewoon druk bezig met onderzoek. In juli ging ‘#LookLikeAnEngineer’ viraal nadat Isis Wenger, een Amerikaanse softwareontwikkelaar, te horen kreeg dat ze ‘te aantrekkelijk’ was voor een ingenieur. Vrouwelijke wetenschappers in Europa lieten in beide campagnes hun stem horen. Ze wezen erop dat vrouwen in de wetenschap nog dagelijks met vooroordelen te maken hebben.

Volgens She Figures 2012, een rapport van de Europese Commissie, bedroeg in 2009 het gemiddelde aandeel vrouwelijke onderzoekers in de EU 27-33 procent. In Duitsland en Nederland is het percentage vrouwelijke onderzoekers respectievelijk 25 en 26 procent terwijl dat in Oost-Europa 40 procent of meer is. In Nederland is 15,7 procent van de hoogleraren vrouw, bij een Europees streefpercentage van 25 procent.

Volgens het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) zal het nog vijftig jaar duren voordat er op technische vakgebieden evenveel mannen als vrouwen werken in Nederland.

“Slechts één op de zes hoogleraren is vrouw. We doen het beter dan veel andere landen, maar we hebben nog een lange weg te gaan,” aldus Marike Bontenbal van Unesco Nederland. Samen met L’Oreal biedt Unesco in diverse landen een jaarlijks fellowship aan vrouwen in de bètawetenschappen. Elders begon dit initiatief al in 1998, maar in Nederland pas in 2012.
Er zijn inmiddels een aantal andere landelijke initiatieven. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek organiseert samen met het LNVH elk jaar een evenement met de naam ‘Pump up Your Career’. Op dit evenement staan talent- en carrièreontwikkeling voor vrouwen in de wetenschap centraal.

Onbewuste vooroordelen
Het European Platform of Women Scientists, dat leden heeft in heel Europa, boog zich in november over de kwestie op het Duitse congres ‘Ready for Dialogue’. “Het gangbare beeld van een wetenschapper is dat van een ernstig kijkende blanke man met een baard. Van subtiele discriminatie tot openlijke intimidatie: er moet nog veel veranderen,” aldus Tatjana Parac-Vogt, voorzitter van de vereniging Belgian Women in Science (BeWise) en hoogleraar chemie bij de KU Leuven. “België kent initiatieven als ‘Ladies@Science’ en ‘Green light for Girls’, waarmee jonge meisjes worden aangemoedigd om voor de bètawetenschappen te kiezen,” zegt ze.

In het Verenigd Koninkrijk is men al enige tijd bezig de scheve verdeling aan te pakken, vertelt Hayley Hung, universitair docent bij de TU Delft. Ze studeerde tussen 1998 en 2002 elektrotechniek aan het Imperial College in Londen, waar slechts tien procent vrouw was.

“De wetenschapswereld is in veel opzichten een erg traditionele omgeving die nog altijd door mannen wordt gedomineerd. Dit wordt versterkt door zaken die met de balans tussen werk en privé te maken hebben,” legt Marike Bontenbal van Unesco uit. Daardoor kiezen vrouwelijke studenten minder snel voor bètastudies.Ook de samenstelling van selectiecommissies bij het selecteren van kandidaten is een belangrijke factor. ´Commissies met zowel mannen als vrouwen, objectievere selectiecriteria, begeleiding van vrouwen en zelfs quota zijn beleidsmaatregelen die vaak worden gehanteerd (…) om meer evenwicht te brengen in de ongelijke situatie die nog steeds bestaat in de academische sector´, aldus She Figures 2012. Het rapport voegt eraan toe dat ´niet alleen een glazen plafond, maar ook een moedermuur de carrière van vrouwelijke onderzoekers belemmert.´
Uit onderzoek blijkt dat het aantal mannen en vrouwen in de bachelor- en masterfasen veel meer in evenwicht is, maar dat de scheefgroei begint bij vrouwen van eind twintig of begin dertig. Bij de TU Delft zijn 26% vrouwelijke promovendi, tegen 32% bachelorstudenten en 50% masterstudenten. Interessant is dat de faculteiten Bouwkunde en Industrieel Ontwerpen respectievelijk 56% en 59% bachelorstudenten tellen. Sommige teams werven nu actief vrouwelijke kandidaten, terwijl initiatieven als het Delft Technology Fellowship op andere gebieden de scheve verhoudingen blijven bestrijden.

Wioletta Ruszel

Universitair docent, afdeling Toegepaste Kansrekening, faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Ruszel, een van de tien benoemde Delft Technology Fellows, vindt dat “vrouwen bij de TU Delft serieus worden genomen als wetenschapper”. Ze ziet meer vrouwen in haar faculteit, vooral bij de afdeling Statistiek, “maar minder bij Informatica en Analyse”.

Inspiratie tot verandering:“Wiskunde wordt vaak ten onrechte geassocieerd met mannen, asociaal gedrag en autisme. Neem films als A Beautiful Mind en X+Y. Niet alleen zien we geen vrouwen, maar het lijkt ook wel of wiskundigen stug moeten zijn en geen gevoel voor humor mogen hebben,” stelt Ruszel. Als actief lid van DEWIS vertelt Ruszel ook als vrijwilliger aan jonge meisjes op scholen en vakantiekampen over een carrière in de bètawetenschappen. Ze denkt dat vrouwen behoefte hebben aan goede rolmodellen. Zelf werd Ruszel vooral gemotiveerd door dr. Sylvie Roelly van de Universiteit van Potsdam, de enige vrouwelijke hoogleraar die ze als docent heeft gehad. “Ze was inspirerend, open en aardig en had vijf kinderen. Haar voorbeeld liet zien dat een vrouw wel degelijk een academische carrière kan hebben,” zegt Ruszel.

Belangrijke kwesties: Maatschappelijke normen staan in Nederland een carrière ook in de weg. Ruszel, die één dag in de week vrij heeft om thuis te zijn, zegt over de heersende mentaliteit: “Als je meer dan drie dagen werkt, word je een slechte moeder genoemd. Daardoor is een wetenschappelijke carrière onmogelijk voor vrouwen.”

Internationale ervaring: “Frankrijk, Italië en Portugal hebben universitaire systemen die vaste academische aanstellingen bieden, met de stabiliteit die nodig is voor vrouwen met een gezin.” In haar geboorteland Polen wordt het combineren van werk en gezin wel geaccepteerd, maar ze zou daar als wetenschapper minder serieus worden genomen. Voor leidinggevende functies zou ze niet in aanmerking komen.

Merle De Kreuk

Universitair docent Wastewater treatment and anaerobic digestion processes, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen

De Kreuk heeft in de loop der jaren veel zien veranderen. Eind jaren negentig werd ze als projectmanager en ingenieur bij een scheepswerf vaak voor secretaresse aangezien. Bij de TU Delft waren de vooroordelen minder openlijk. De laatste tijd ziet ze hoe nieuwe bepalingen voor zwangerschapsverlof vrouwen geleidelijk betere kansen geven.

Inspiratie tot verandering: De Kreuk is vrijwilliger bij VHTO, een landelijk initiatief om jonge meisjes bewust te maken. Tijdens haar sessies met meisjes op middelbare scholen merkt ze dat meisjes vaak denken dat ze als wetenschapper geen gezin kunnen stichten. “Van jongs af aan hebben meisjes de neiging om zichzelf zwakker te vinden in wiskunde en natuurwetenschappen. Hun beeld van een natuurwetenschapper is een wat groezelig type, of iemand in een veiligheidspak. Iemand die in zijn eentje werkt, niet in teams. Ze hebben een wonderlijk beeld van de ingenieur als nerd. Wij vertellen hoe het er echt aan toe gaat en hoe normaal wij zijn,” zegt De Kreuk.

Belangrijke kwesties: “Vrouwen willen alles waarop ze beoordeeld worden perfect doen, en wetenschappelijke medewerkers worden op heel veel dingen beoordeeld. Bij een score van 7 uit 10 hebben mannen meer zelfvertrouwen dan vrouwen,” vertelt De Kreuk. En percepties werken in het nadeel van vrouwen. “De meeste besturen en selectiecommissies bestaan uit mannen. Bij een sollicitatiegesprek met een jongeman kunnen ze zichzelf nog in hem herkennen, maar vrouwelijke kandidaten zien ze meer als dochter. Dat heeft uiteraard invloed op wie ze uitkiezen.” Bij de TU Delft wordt er nu voor gezorgd dat er in elke selectiecommissie een vrouw zit.

Internationale ervaring: Een vriendin citerend stelt De Kreuk dat vrouwen over de hele wereld “juist in de periode wanneer ze het meeste moeten produceren en publiceren ook kinderen kunnen krijgen, zodat ze altijd wel ergens de boot missen”.

 

Jinrui Zhang

Onderzoeker, Cell Systems Engineering, faculteit Technische Natuurwetenschappen

Zhang is gepromoveerd in de scheikunde en moleculaire biologie aan de Huazhong University of Science and Technology in China. Ze vindt dat de TU Delft haar een kwalitatief hoogstaande onderzoeksomgeving biedt, waar de modernste technieken worden toegepast op praktische problemen. De hoogleraren zijn vooral mannen, maar Zhang heeft de indruk dat de verhouding 50% is bij promovendi, postdocs en laboranten.

Inspiratie tot verandering: Zhang heeft nog contact met haar universiteit in China en geeft graag informatie aan vrouwen in haar vakgebied die naar het buitenland willen. Zhang heeft meegedaan aan workshops waarin mannelijke vooroordelen aan de kaak worden gesteld en waarin vrouwelijke wetenschappers meer bewust van dergelijke vooroordelen worden gemaakt.

Belangrijke kwesties: Zhang vindt dat vrouwen voorzichtiger zijn door hun perfectionisme, dat ten onrechte wordt geïnterpreteerd als gebrek aan capaciteiten. Ze heeft een dochter van vijf en de balans tussen werk en privé is belangrijk voor haar. “In Nederland kun je hier een goede balans in vinden. Er zijn veel vrije dagen en je kunt parttime werken. Er is een goed systeem van kinderopvang en gezondheidszorg.”

Internationale ervaring: In China had ze het idee dat het percentage vrouwelijke studenten ongeveer 40%-50% was, maar dat de faculteit voor slechts 20% uit vrouwen bestond. Vrouwelijke topwetenschappers waren zeldzaam. “Het is goed dat genderkwesties ook in China meer aandacht krijgen. Vrouwen moeten meer mogelijkheden krijgen.”

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar