Na Delft

Foto: Sam Rentmeester

Foto: Sam Rentmeester

Vliegtuigbouw of werktuigbouw? Richard Cobben (50) twijfelde ruim dertig jaar geleden. Na de open dagen van de TU koos hij voor werktuigbouw. “Vliegtuigbouw leek me zo complex”, zegt hij. Inmiddels geeft hij leiding aan driehonderd man bij Fokker Aerostructures.

Naam: Richard Cobben
Woonplaats: Compiègne/Naarden (‘Ik ga elk weekend op vakantie’)
Burgerlijke staat: getrouwd, drie kinderen
Studie: werktuigbouwkunde
Vereniging: geen lid, regelmatig Virgiel

Niet dat hij het vooraf zo had gepland, want hij begon juist met pure werktuigbouw: sterkteberekeningen aan treinstellen bij Stork Alpha Engineering. Totdat fabrieksbouw binnen Stork hem meer trok. “Een procesontwerp, een gebouw, disciplines bij elkaar brengen: dat heeft me altijd gedreven.”

En dus werd Cobben project engineer. Eerst in Nederland, later in Thailand, waar hij een farmaceutische fabriek ontwierp en projectmanager werd. Een mooie mix van procesindustrie en verpakkingslijnen onder één dak, vindt hij. Daarmee begon het voor hem pas echt interessant te worden, zeker na zijn tweede master: logistiek en informatica bij Montfort University.

Een volgend Storkstation was de petrochemische industrie in Kuala Lumpur. “Chemische fabrieken bouwen in the middle of nowhere. Je komt met je koffer aan en begint met niks. Heel gaaf. Je belandt in een moslimcultuur en krijgt in één keer een heel andere dynamiek tussen Chinezen, moslims en Indiërs. Heel multicultureel.”

Cobben moest zich daarvoor verdiepen in de cultuur. “Thailand is boeddhistisch met een wat timide cultuur, de moslimcultuur is meer macho. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan, maar als je basishouding ‘respect’ is, kom je een heel eind. Luisteren is een goede vaardigheid. Ik ben wat meer analytisch: eerst luisteren dan spreken.
Dat is hierbij een voordeel.”

In 2001 kwam uiteindelijk toch de vliegtuigbouw weer in beeld: Stork kocht de inboedel van het in 1996 failliet gegane Fokker en zocht programma managers. Cobben ging een jaar aan de slag met de bewegende delen van een Airbus 300-vleugel, om het vliegtuigmétier te leren kennen. “Vliegtuigbouw en werktuigbouw liggen relatief dicht bij elkaar, je volgde veel vakken samen”, zegt hij.

Voor de werkmaatschappij Fokker Aerostructures zette hij een groot nieuw programma op: de F-35 (Joint Strike Fighter). De focus lag vooral op stuurvlakken aan de vleugel en op deuren die snel open moeten gaan zonder dat radars het zien.

Nu is Cobben verantwoordelijk voor research and development bij Fokker Aerostructures. Bekend is het met de TU ontwikkelde vliegtuigmateriaal Glare. Inmiddels is de werkmaatschappij marktleider in thermoplasten, die materiaalvermoeiing moeten tegengaan. Fokker probeert het materiaal nu in grotere vliegtuigen toe te passen. Het was wellicht makkelijker geweest als hij destijds voor vliegtuigbouw had gekozen, zegt hij. “Maar ik heb nu wel de breedte en de connecties tussen industrieën. Juist dat vind ik charmant.”

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar