Paradijs voor ingenieurs

foto’s Alwin Commandeur / Rens Hasman

foto’s Alwin Commandeur / Rens Hasman

Myanmar opent zich voor de buitenwereld. Delftse ingenieurs zien volop kansen om er onderzoek te doen en les te geven. ‘Het is een droomland voor ingenieurs.’

Iedereen had het altijd over Ayeyarwady, maar niemand had deze grote rivier ooit gezien. Hij doet nauwelijks onder voor de Mekong. En toch slingert hij vrijelijk door het land, niet gehinderd door dammen en kades. Al meanderend slokt hij oude pagodes op.’

Het reisverslag van Alwin Commandeur (24) leest als het dagboek van een negentiende-eeuwse avonturier. Begin dit jaar voer de student waterbouwkunde met een rivierbootje over de grootste rivier van Myanmar. Tijdens zijn duizend kilometer lange tocht kwam hij op plekken waar decennia geen westerse ingenieur was geweest.

“Mijn tocht was een soort reconnaissance studie”, legt Commandeur uit. “Ik onderzocht de bevaarbaarheid van de rivier door om de paar honderd meter de diepte te meten met een echo sounder. Daarnaast legde ik op foto’s vast waar infrastructuur stond en wat de staat ervan was. Het gebied is geweldig; een enorme wildernis.”

Behalve Commandeur zochten nog enkele Delftse studenten het avontuur op in Myanmar, een land waar tot voor kort een militair regime heerste.

Kapers op de kust
De studenten waren op pad in opdracht van Nederlandse ingenieursbureaus waaronder Royal HaskoningDHV, Arcadis, Grontmij en onderzoeksinstituut Deltares. Deze groep wil volgend jaar een rapport over integraal waterbeheer aan de Myanmarese overheid overhandigen. Daarin komt onder meer raad over de bestuurlijke kant van watermanagement en advies over de winning van energie uit waterkracht (dat gebeurt nu nog maar mondjesmaat) en efficiëntere irrigatie zonder dat hierdoor de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van de rivieren in het geding komen. De groep wordt ondersteund door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, dat een samenwerkingsovereenkomst heeft getekend met Myanmar en dat ook geld investeert. Het ministerie betaalde onder meer de studies van de Delftse studenten en die van enkele ingenieurs van Deltares.

De bedrijven hopen opdrachten binnen te slepen. Maar ze zijn niet de enige kapers op de kust. Myanmar is rijk aan zowat alles wat je maar kunt bedenken – olie, hout, mineralen. En het ontsluit zich in rap tempo voor de buitenwereld. In 2015 zijn er verkiezingen, de Wereldbank staat klaar met een lening en internationale bedrijven en non-gouvernementele organisaties (NGO’s) verdringen zich om zaken te kunnen doen in het land.

Behoefte aan scholing
Volgens Tjitte Nauta, die zich bij Deltares bezighoudt met waterprojecten in Zuidoost-Azië, heeft Nederland op watergebied een streepje voor op de concurrenten. “Daar waar anderen kijken naar een bepaald aspect van watermanagement, bijvoorbeeld alleen de stuwmeren of irrigatiekanalen, richten wij ons op integraal waterbeheer. Met integraal waterbeheer kunnen we een prachtig nieuw verdienmodel ontwikkelen.”

Dat laatste is hard nodig. Nauta: “De Nederlandse watersector is te duur geworden en lijdt onder concurrentie vanuit Japan, Zuid-Korea en China. In Myanmar kunnen we ons opnieuw uitvinden.”

Ambitieuze plannen dus, waar niet alleen Delftse studenten aan meewerken. Prof.dr.ir. Nick van de Giesen (afdeling watermanagement), prof.dr.ir. Marcel Stive (afdeling waterbouwkunde) en emeritus hoogleraar waterbouwkunde prof.dr.ir. Han Vrijling zitten samen met onder meer oud-landbouwminister Cees Veerman in een commissie die op zijn beurt weer het consortium van ingenieursbureaus adviseert.

Van de Giesen is de afgelopen twee jaar regelmatig naar Myanmar afgereisd om contacten te leggen, samen met Marjan Kreijns van het valorisatiecentrum van de TU, een van de initiatiefnemers van het project in Myanmar. Waar het land volgens Van de Giesen de meeste behoefte aan heeft, is scholing. “Je hebt daar een laag van zestigplussers met veel kennis. Veel van hen zijn in Delft opgeleid. (Zie kader ‘Delft connection’). Maar de junta was erg tegen intellectuelen. Het kennisniveau op de universiteiten daalde drastisch. Er is nu een lichting mensen die versneld moet worden opgeleid. Dat is ons speerpunt. We hebben daarom ook ons eigen project gericht op capacity building. Dat loopt parallel aan het waterplanproject met de bedrijven.”

Foto’s: Alwin Commandeur / Rens Hasman

Foto’s: Alwin Commandeur / Rens Hasman

Geen internet
“Haal je 1988 voor de geest, het jaar dat het land zich afsloot”, vervolgt Van de Giesen. “Je had toen nog geen internet of mobiele telefonie. Het is daar nu ongeveer nog zo. Je hebt geen bereik, bijna geen internet. Je kunt niet naar het buitenland bellen. En met landobservatie (remote sensing) met satellieten hebben ze nauwelijks gewerkt.”

Van de Giesens promovenda ir. Martine Rutten weet er alles van. Afgelopen najaar gaf ze samen met enkele collega’s van CiTG cursussen in Myanmar over het gebruik van remote sensing en over het modelleren van waterstromen. Die cursussen gaven ze aan ingenieurs van de ministeries van landbouw & irrigatie en van transport, en aan studenten van de Myanmar Maritime University.

“Het land heeft zich van de buitenwereld afgesloten net toen modelleren met computers in zwang raakte”, vertelt Rutten. “Als ik de studenten en ingenieurs simpele berekeningen op de computer laat doen, dan zie je ze opveren. Ze komen dan op de zelfde uitkomst als buitenlandse consultants. Ze beseffen dan dat er geen rocket science achter schuil gaat, geen magie.”

Deze maand vertrekt Rutten naar een andere universiteit, de ooit zeer gerenommeerde Yangon Technical University. Sinds afgelopen najaar heeft de TU een samenwerkingsverband met deze universiteit. Ze gaat daar drie maanden lesgeven. “Tot vorige zomer mochten buitenlanders daar het terrein niet op”, vertelt Rutten. “Volgens het regime zouden universiteiten namelijk bronnen zijn van revolutionaire ideeën.”

Volgens Rutten is het belangrijk dat de mensen die zij gaan opleiden, zich met die kennis kunnen wapenen tegen alle buitenlandse bedrijven die op hen af komen.

Geen filantropie
Maar de samenwerking is zeker niet alleen filantropisch, zegt professor Stive. “Ik geloof er heilig in dat Nederlandse bedrijven de studenten die wij daar lesgeven en aan ons binden straks nodig hebben om zaken te kunnen doen. Sinds 2001 doen we ook al aan capacity building in Vietnam. Er zijn ontzettend veel studenten en promovendi uit Vietnam naar Delft gekomen. Nu zijn Nederlandse ingenieursbureaus succesvol in dat land. We gaan kopiëren wat we in Vietnam hebben gedaan.”

“En ook voor onze eigen studenten is het belangrijk dat we aan dit soort projecten meedoen”, vervolgt Stive. “Wil ik mijn eigen studenten goed kunnen blijven opleiden, dan moet ik Myanmar leren kennen. Alleen daarom al.”
Stive geeft desgevraagd een beschrijving van het land. “Van noord naar zuid loopt een vallei tussen bergruggen waar de Ayeyarwady en diens zijtakken door stromen. Die rivier heeft een afvoer van 40 duizend kubieke meter per seconde. Dat is net zoveel als de Mekong. De Mekong stroomt door vijf landen (China, Laos, Thailand, Cambodja en Vietnam); de Ayeyarwady stroomt alleen maar door Myanmar. Ze gebruiken nog maar tien procent van het potentieel aan waterkracht. Het deltagebied is heel vruchtbaar, maar wel kwetsbaar voor overstromingen. Er valt veel regen, maar die is wat onevenredig verdeeld. En zoals zo vaak in deltagebieden zit er ook olie. Het is een droomland voor ingenieurs.”

De Delft connection
“Gouden jaren waren het”, zegt Aye Myint (65). Hij doelt op de tijd dat er kennisuitwisseling was met het buitenland. Zelf studeerde hij in 1982 een jaar hydrologie aan het Unesco-IHE Institute for Water Education in Delft. Hij is een van de vele alumni van dit onderzoeksinstituut en de TU Delft. Tot aan 1988 waren er sterke banden tussen deze instellingen en universiteiten in Myanmar. Op een alumnibijeenkomst in Myanmar in 2012 kwamen bijna honderd alumni af.

“Ongeveer twintig jaar zijn onderzoekers in dit land afgesloten geweest voor de buitenwereld door het militaire regime. We missen nu een generatie professionele ingenieurs in mijn land. De hernieuwde samenwerking met Delft juich ik ontzettend toe.”

Myint werkt voor het Myanmarese ingenieursbureau National Engineering & Planning Services. Hij heeft de Delftse studenten en Martine Rutten het afgelopen jaar geholpen met verzamelen van data en door voor hen de huidige waterproblematiek in Myanmar te schetsen. “Een groot deel van zijn oudere collega’s heeft ook in Nederland gestudeerd”, zegt Rutten. “We hebben leuke enerverende discussies met deze mannen gevoerd die echt hart hebben voor het waterbeheer in hun land.”

Een van die oudere collega’s van Myint is Tin Maung (73). Hij studeerde in 1969 en 1970 hydrologie in Delft. “Dankzij die studie heb ik een respectabele positie als ingenieur in mijn land verkregen”, vertelt hij. “Ik droom ervan om eens terug te keren en mijn Delftse collega’s te vertellen over mijn ervaringen na Delft.”

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar