Spelen is meten

Universitair docent ‘ontwerpen voor kinderen’ ir. Mathieu Gielen nodigt regelmatig schoolklassen uit om te komen spelen in speeltuin ‘De Bomenwijk’, naast verzorgingshuis De Bieslandhof. Dat nodigt kinderen en hopelijk ook ouderen uit tot meer bewegen.
Vlak voor de zomer testte Gielen drie nieuwe, interactieve prototypes ontworpen door studenten. Kinderen konden bouwen met blokken die gaan trillen bij harde geluiden en kalmeren na aanraking. Ook konden ze met een handschoen die hartslagritmes meet elkaar laten schrikken om ‘levens te stelen’. Het derde spel was een ‘woud van bomen’ waarin kinderen elkaar via led-lampjes kunnen aanvallen, mits ze sierlijk bewegen.

Samen spelen
Gielen meet met camera’s en sensoren hoeveel de kinderen bewegen. “In het begin hadden we de ambitie om ouderen en kinderen samen te laten spelen, maar dat vinden zij niet zo logisch. We willen nu op één terrein beweegaanbod voor ouderen en kinderen.”
Voor de ouderen uit het verzorgingshuis staan er fitnessapparaten en beweegbare stoeltjes. “Het idee is dat ouderen en ouders verleid worden mee te spelen.”
Het eerste prototype in het FieldLab was Memo (memory movement) bestaande uit zeven paaltjes met touchdisplays. “Kinderen spelen hier rennend mee spelen: de helft van de paaltjes is bijvoorbeeld aan en die moeten ze uit tikken. De eerste versie werkte niet zo goed, kinderen begrepen niet hoe ze spelletjes moesten kiezen. Dat hebben we opgelost door een gecombineerd praat- en kijkmenu op het scherm.”

Foto © Sam Rentmeester .

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar