‘Toegang tot technologie is belangrijk’

Hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging: twee ziektes die worden veroorzaakt door de bacterie haemophilus influenzae type B (Hib). Vaccins waren tot vóór 2007 te duur voor
ontwikkelingslanden. Ahd Hamidi stond aan de wieg van een veel goedkoper vaccin.

Intravacc, voorheen RIVM, is de thuisbasis van Ahd Hamidi, TU-alumna en ‘technology transfer expert’. Toen zij in 1998 bij het RIVM ging werken, hoorde ze dat collega’s een nieuw Hib-vaccin wilden maken voor ontwikkelingslanden. Ze meldde zich meteen aan als procestechnoloog.
Afgelopen maart promoveerde ze op een verdieping van dit werk.

Hib-ziekten
“Europa en Amerika hadden al meer dan tien jaar een Hib-vaccin. Ontwikkelingslanden niet, omdat de prijs te hoog was. In 2000 gingen er nog 400 duizend kinderen in de leeftijd van 1 tot 59 maanden dood aan Hib-ziektes als hersenvlies-ontsteking, longontsteking en bloedvergiftiging.
Duizenden andere kinderen hielden er levenslange schade, zoals doofheid, aan over. De uitdaging was
de kostprijs te verlagen, én de technologie te laten landen bij vaccinproducenten in ontwikkelende
landen.”

Me-too-product
“We moesten het goedkope Hib-vaccin volgens een nieuw proces maken omdat we om patenten heen moesten werken. Die zitten vaak op processtappen en niet op het eindproduct. We wilden een zogenoemd ‘me-too-product’ maken. Dat is kwalitatief gelijk aan een bestaand vaccin, maar tot stand gekomen volgens andere processtappen. In het geval van Hib kun je het proces verdelen in drie sub-processen: het kweken van de bacterie in een bioreactor, het zuiveren van het antigeen, de polysacharide, en het conjugeren van de polysacharide aan een eiwit. Bij elke stap checkten we of er al een patent op stond. Zo ja, dan kozen we een andere stap. Zo konden we goedkoper werken. Unicef heeft het vaccin vrij lang voor 3,5 dollar per dosis moeten kopen. Wij hebben die prijs met onze partners kunnen verlagen tot 1,19 dollar.”

Conjugaatvaccins
“Tot eind jaren negentig hadden onze partners – de grootste producenten in landen als Indonesië, India en China – alleen toegang tot conventionele vaccins. De conjugatietechnologie is innovatief, een vak apart. Het was voor hen een brug te ver om dat zelf te ontwikkelen. Door het Hib-project hebben onze partners toegang gekregen tot deze technologie en daardoor kunnen ze nu ook andere conjugaatvaccins als meningococcen A maken. Dat vaccin is nu via één van onze partners beschikbaar voor Afrikaanse kinderen, tegen een heel lage prijs. Het laat zien dat de toegang tot technologie erg belangrijk is.”

Monopoliepositie
“Europa en Amerika gebruiken ons vaccin niet.  Voor veel farmaceutische producten geldt: een contract met één van de big farma’s is lastig om los te laten. Kunnen we die contracten ontbinden? Als je het aan mij vraagt, zeg ik: waarom niet? Kijk naar kostprijs versus marktprijs, dat kan veel geld schelen. Bijvoorbeeld bij medicijnen tegen kanker. Daarvoor betalen we duizenden euro’s per patiënt, terwijl de kostprijs veel lager ligt. Deels zijn de prijzen hoog door de monopoliepositie van producenten. Door technology transfer creëer je meer concurrentie en dus een prijsverlaging. Voor elk product geldt: zolang er genoeg mensen zijn die een bepaalde prijs willen betalen, wordt die prijs gehandhaafd. Ethisch gezien zou dat anders moeten.”

Ethisch verantwoorde prijs
“Men zou moeten kijken naar wat het product werkelijk heeft gekost inclusief onderzoeks-, ontwikkel-, productie- en marketingkosten. Er kan eventueel een ruime marge, van bijvoorbeeld veertig procent, op die kostprijs komen om te kunnen investeren in verder onderzoek. Maar hoe debig farma’s echt werken, weten we niet. Hun kostenmodellen zijn onbekend. We zouden eraan kunnen rekenen als we willen, net als we dat met het Hib-vaccin hebben gedaan, om tot een ethisch verantwoorde prijs te komen. De overheid zou dat natuurlijk moeten doen voordat ze prijsonderhandelingen ingaat met farmaceuten. Hoe kun je goed onderhandelen als je geen idee hebt wat de waarde is van het product wat je wilt kopen?”

Promotie
“Na het Hib-project was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Bijna drie jaar heb ik als consultant gewerkt, onder andere in India. Eind 2009 kreeg ik weer een baan bij Intravacc. Ik had behoefte aan waarborging van het werk dat we hadden gedaan. Ik ben met het idee voor een promotie naar Luuk van der Wielen en Marcel Ottens (afdeling bioprocess engineering, faculteit Technische Natuurwetenschappen) gegaan. Bij hen was ik afgestudeerd en had ik een PDEng gedaan (een ontwerp-trainee-ship-red.). We hebben besproken wat er moest gebeuren om hier een promotie van te maken. Zij zeiden: ‘ga eraan rekenen, maak een mathematisch model van het proces’. Dat is interessant, omdat we daarmee kunnen nagaan of de data kloppen die we in het lab hebben gegenereerd, of de kostprijs klopt en of die nog verder omlaag kan.”

Foto: George Mollering / ANPFoto

Een kind wordt ingeënt in een kliniek in Pernambuco, Brazilië. Door vaccins met andere processtappen te maken, worden ze betaalbaar voor ontwikkelingslanden.

Wiskundig model
“Toen we met modelleren begonnen, wisten we niet of het mogelijk zou zijn de kostprijs verder te verlagen. Uitgaande van dit model zou de prijs met een derde verder omlaag kunnen. Het zijn geen grote stappen meer, maar kleine verlagingen van de vaste kosten. Elke optie kan een klein beetje bijdragen. Het zou mooi zijn als we onze bevindingen zouden voorleggen aan onze partners en zij de dingen eruit zouden pikken waar zij iets in zien. Maar belangrijker is dat je de door ons gebruikte software en tools kunt toepassen op andere vaccins waar men nog niet zo druk bezig is geweest met kostenreductie. Dat zou een groot succes kunnen zijn.”

Poliovaccin
“Inmiddels werk ik aan iets anders. We hebben een nieuw poliovaccin ontwikkeld en zitten middenin de overdrachtsfase daarvan. Over een paar jaar moeten onze partners ermee op de markt komen. Het is de bedoeling polio volledig uit te roeien, maar dat wordt lastig met de bestaande vaccins. Het geïnactiveerde en intramusculaire vaccin dat altijd in Nederland is gebruikt, is te duur. En met het orale vaccin, waarmee massaal is gevaccineerd, kun je de ziekte niet volledig eradiceren (uitroeien-red.). Het probleem is namelijk dat de stammen in de darmen van één op de miljoen kinderen terug kunnen muteren naar het wilde type. Deze kinderen krijgen polio. Dat is op zich niet erg als je het aantal gevallen wilt reduceren van miljoenen naar enkelen. Dat heeft heel goed gewerkt, sla de statistieken er maar op na. Maar kom je op een gegeven moment alleen maar gevallen tegen die zijn ontstaan door vaccinatie, dan is dat een probleem. Om de eradicatie af te ronden moet je dan wel overstappen naar het geïnactiveerde vaccin.”

Nobel
“Dat maatschappelijke, met een globale impact, trekt me heel erg aan. Daarom heb ik ooit gekozen voor bioprocestechnologie. Dit werk, dat een nobel doel dient, geeft mij veel voldoening.”

d14_MKS1437

Foto: Marcel Krijger

CV
Ahd Hamidi (Marokko, 1972) voegde zich op haar achttiende bij haar ouders in Rotterdam om chemische technologie te studeren. In 1995 studeerde ze af, in 1996 startte ze een twee jaar durende PDEng (biotechnologie ontwerp-traineeship) in Delft. Twee jaar later trad ze in dienst bij het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Eind 2006 richtte ze met haar man een consultancybureau op en werkte ze onder meer in India en voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Drie jaar later ging Hamidi weer aan de slag bij het RIVM, nu Intravacc. Ze is getrouwd en heeft drie zoons.

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar