TU Delft in Brazilië ‘De mensen willen een hoogleraar zien’

De TU heeft sinds drie jaar een kantoor op de campus van de Braziliaanse universiteit Unicamp. Hoe run je gezamenlijk  onderwijs en onderzoek tienduizend kilometer verderop? “Daar is bevlogenheid voor nodig.”

foto: Saskia Bonger

Ramses Molijn bracht de afgelopen vijftien maanden landbouwakkers in Brazilië in kaart.

Eén kamer in het witte gebouw van het instituut voor energieonderzoek. Dat is in fysieke zin het kantoor van de TU Delft op de campus van Unicamp. Deze Braziliaanse universiteit in Campinas staat op een voormalige koffie- en suikerrietplantage op een kleine twee uur rijden van het vliegveld van São Paulo.
Wie het kantoor belt, wordt doorverbonden met het secretariaat op de begane grond. Fabiana Gama Viana of Lilian de Andrade Paulino neemt dan op. De twee doen het regelwerk voor het Braziliaanse kantoor van de TU en BE-Basic. Contact met Delft verloopt via e-mail en telefoon, of in levende lijve als ‘Delft’ in Campinas is.Het kantoor staat vaak leeg, maar die kamer is dan ook niet het belangrijkste aan de aanwezigheid hier. Het draait om de gedeelde interesse in onderzoek en onderwijs van Nederland en Brazilië op het gebied van een duurzame biobased economy, om hoogleraren en studenten die elkaar aanvullen en leren van de ander. Maar vooral staat het voor persoonlijke contacten die nieuwe onderzoeksrelaties mogelijk maken.

foto: Saskia Bonger

.

Oprichters
Daarvan zijn de oprichters, de Delftse hoogleraren Patricia Osseweijer en Luuk van der Wielen, de verpersoonlijking.
Osseweijer is hoogleraar Biotechnology and society en wetenschappelijk directeur van TU Delft Brazil. Van der Wielen is hoogleraar Bioprocess engineering en voorzitter van de raad van bestuur van BE-Basic. Zij overleggen met hoogleraren, bedrijven en overheden, over lopend en nieuw onderzoek en onderwijs, in Nederland én Brazilië. Ze reizen ongeveer eens per maand naar dit land, bijvoorbeeld om college te geven of om de voortgang of aanmelding te bespreken van eigen of nieuwe dual degree-studenten. Dat zijn PhD-studenten die zowel aan de TU als aan Unicamp promoveren.
Of de twee hoogleraren beleggen een vergadering met onderzoekspartners en financiers, zoals op 23 november. Namens BE-Basic maken ze die dag in São Paulo afspraken over bestendiging en uitbreiding van de Nederlands-Braziliaanse samenwerking op het gebied van duurzaam geproduceerde biobrandstoffen voor de luchtvaart en het gebruik van de restmaterialen als chemische bouwstenen voor nieuwe producten.

foto: Saskia Bonger

Patricia Ossewijer en Luuk van der Wielen bezoeken een pulp- en papierfabriek op een half uur rijden van Unicamp.

Vertegenwoordigers van het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het consulaat zijn erbij. Ook zijn er afgevaardigden van DSM en de bedrijven Corbion, Boeing en Embraer. De Braziliaanse onderzoeks- en innovatieorganisatie FAPESP is gastheer van de vergadering, waar verder het Braziliaanse biotechnologielab CTBE, de universiteiten van Campinas en São Paulo en het Nederlandse onderzoeksinstituut KNAW-NIOO aanwezig zijn. De sfeer is er ontspannen en vriendschappelijk. De aanwezigen begroeten elkaar als oude vrienden.

foto: Saskia Bonger

.

Eucalyptus
Hans Schutte, directeur-generaal van OCW, zegt blij te zijn met deze ‘grootste wetenschappelijke samenwerking tussen Nederland en Brazilië’. “Dit is een fantastisch project, een voorbeeld”, vertelt hij na de vergadering. “Brazilië is één van de prioriteitslanden van OCW. BE-Basic levert wetenschappelijk resultaat en human capital. Het is knap dat dit samenwerkingsverband zoveel partijen verenigt. Daar is bevlogenheid voor nodig. De TU heeft twee van die bevlogen mensen (Luuk van der Wielen en Patricia Osseweijer, red.). Zij kunnen bovendien de verbinding maken met bedrijven, zodat ook die profiteren.” Net als alle andere contacten – met hoogleraren, studenten, overheden – vergen gesprekken met bedrijven de nodige tijdsinvestering. Contacten tussen universiteiten en bedrijven zijn schaars in Brazilië. De Delftse ervaring daarmee is hier een meerwaarde, vertellen Unicamp- onderzoekers. BE-Basic is gesprekspartner van grote bedrijven als Akzo-Nobel, KLM, Embrear en BP. Vaak gaat het over bio-ethanol, een grote industrie in Brazilië, en dan meestal uit suikerriet. Van der Wielen vertelt een paar dagen na de vergadering dat hij wel weer eens wat anders wil dan suikerriet. En dus is er een afspraak bij de papier- en pulpfabriek Suzano net buiten de stad Americana, op een half uur van Unicamp. De fabriek beheert enorme eucalyptusboomplantages en zoekt naar manieren om nieuwe producten te maken van cellulose en lignine, beide afkomstig uit hout. In hun huurauto rijden hij en Osseweijer erheen. Want, zegt Van der Wielen, ‘je kunt in Brazilië niet afgaan op wat mensen je zeggen of op mooie plaatjes’. “Je moet zelf gaan kijken. De mensen willen een hoogleraar zien. Pas dan gaan er deuren open.”

Na een gesprekje over koetjes en kalfjes – onmisbaar in Brazilië aldus Osseweijer: “Nederlanders komen te snel to the point” – wordt het gesprek al gauw technisch. Tijdens een rondleiding bekijken de hoogleraren drie testopstellingen. In de eerste wordt van houtsnippers olie gemaakt. In de tweede drijft een witte natte massa. Het is cellulose, vertelt Osseweijer. “Het wordt gebruikt om papier te verstevigen of om cosmetische producten sterker te maken.”

Bij de derde testopstelling worden ligninedeeltjes verkleind, maar dan nog zijn ze te groot om te gebruiken bijvoorbeeld als rubbervervanger in autobanden. “Ze zijn nu micro, maar ze moeten nano worden”, vat Osseweijer het probleem samen. Naast de ronkende machines stelt Van der Wielen voor om een student een model te laten maken van het productieproces. En zo gooit hij de eerste concrete onderzoekslijn uit.

foto: Saskia Bonger

.

Onderzoek
Het kantoor TU Delft Brazil, BE-Basic Brazil is officieel opgericht op 21 november 2012, met de TU Delft als initiatiefnemer. De afgelopen vijf jaar heeft het college van bestuur van de TU bijna anderhalf miljoen euro geïnvesteerd en de faculteit Technische Natuurwetenschappen bijna 800 duizend euro.
Met bijdragen uit BE-basicprojecten en van de onderzoekszoeks- en innovatieorganisatie van de staat São Paulo FAPESP als voornaamste financiers komt de totale investering over vijf jaar op 13 miljoen euro. Het meeste geld is gegaan naar gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van de biobased economy. Zes Delftse promovendi en tien PDEngs (met een verkort promotietraject) zijn inmiddels naar Brazilië gegaan. Vijf Braziliaanse phd-studenten gingen op hun beurt naar Nederland en meer dan twintig van hen staan klaar. Het geld voor de uitwisseling is aanwezig. Deze zomer kwam BE-Basic met minister Jet Bussemaker van OCW overeen dat er tot 2025 honderd dual degree-studenten moeten komen.

Onderwijs
De afgelopen jaren hebben de TU Delft/BE-Basic en Unicamp, soms in samenwerking met bedrijven als DSM, zes verschillende mastercursussen gegeven. Nieuwe cursussen zijn in de maak. Het laatst afgeronde vak is business
development: beyond bioethanol. De (Braziliaanse) studenten kregen de opdracht een businessplan te maken voor een rendabel bedrijf dat duurzame bio-kerosine maakt voor vliegtuigen. Aviation fuels vormen een nieuwe en belangrijke onderzoeksrichting voor BE-Basic. Naast dit reguliere onderwijs is er de gezamenlijke massive open online course industrial biotechnology.

 

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar