Undercover nimby

Zelden werd het syndroom zo ­dui­delijk geschetst als onlangs bij ­EenVandaag op Radio 1. Ik ging daar in debat over de stelling ‘De burger wordt buitenspel gezet bij grote ­windmolenprojecten’. Als aftrap werd een enquête gepresenteerd: 73 procent van de bijna 20 duizend respondenten bleek vóór windenergie, 17 procent was tegen, de rest had geen mening. Voor het daadwerkelijk neerzetten van windmolens was overigens maar zeventig procent. Blijkbaar zijn er dus mensen die wel van lekker eten ­houden, maar tegen koken zijn.

Verder vond 71 procent het prima als de turbines in hun provincie komen. Binnen de eigen gemeente vond ­zestig procent dit nog oké. Maar in of om de eigen wijk – u weet wel, die heilige backyard – was een héél ander verhaal. Slechts 35 procent kreeg daarvan een warm gevoel. 55 Procent riep heel hard njet. Oftewel: ‘top, die molens, maar niet in mijn tuin’.

Maar goed, de vraag was of burgers bij dit soort projecten buitenspel staan. Ja, vindt de directeur van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW), met wie ik in debat ging. Nee, vind ik. Iedere vier jaar kiezen we in volle vrijheid onze volksvertegenwoordigers, er zijn tal van inspraakprocedures en iedere burger die toch ontevreden is, is vrij om bij de rechter alsnog z’n gelijk te halen – wat ­inmiddels dan ook net zo gewoon én populair is als een zaterdagmiddagje Ikea.

Bovendien is de NLVOW kind aan huis bij Tweede Kamerleden én heeft de PvdA onlangs zelfs aan minister Kamp van Economische Zaken voorgesteld dat er bij plannen voor windmolens altijd éérst met de vereniging overlegd moet worden. Hoezo ‘buitenspel’?

Politici luisteren wel degelijk. Die zijn namelijk als de dood dat ze de indruk wekken ‘de burger’ niet serieus te ­nemen. Alleen luisteren ze vaak vooral naar de militante, mediabespelende undercover nimby’s die menig debat domineren. Net zoals de Socialistische Partij, die een paar jaar geleden de negatieve slogan ‘Zeg nee, stem SP’ overboord kieperde, weten die undercovers dat botweg nee-zeggen niet meer werkt. ‘We zijn niet tegen, maar …’, is hun motto. Zo is er een verzetsgroep bij mij in de buurt die niet tegen een nieuwe supermarkt is, maar wel tegen het laden en lossen. Ook de NLVOW is niet tegen windenergie, maar … ‘Wind’ is overigens niet uniek: ­dezelfde ­patronen zie je bij vrijwel alle ­ingenieurswerken voor collectief gebruik.

Politici steken nu veel tijd en energie in ‘de dialoog’ met neo-nimby’s, terwijl die daar helemaal geen behoefte aan hebben omdat ze gewoon mordicus tegen zijn. Oprecht betrokken burgers die er niet met gestrekt been in gaan, trekken daardoor nu vaak aan het kortste eind. Hoog tijd dus om het kaf van het koren te scheiden.

Ir. Remco de Boer is communicatiespecialist techniek & wetenschap

Ir. Remco de Boer is communicatiespecialist techniek & wetenschap

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar