Volg de massa

Ook in de virtuele wereld gedragen mensen zich als kuddedieren. (Foto: Thinkstock)

Ook in de virtuele wereld gedragen mensen zich als kuddedieren. (Foto: Thinkstock)

Aardbevingen, tsunami’s, rennende meutes; bij de afdeling transport en planning storten proefpersonen zich in het ‘onheil’, om zo uiteindelijk verkeersmodellen beter bruikbaar te maken voor evacuaties.

De dag begint mooi in de virtuele wereld waarmee wetenschappers van de afdeling transport en planning (CitG) menselijke gedragingen in kaart brengen om hun verkeersmodellen te verbeteren.

“Jullie gaan een concert bezoeken op een eiland”, vertelt promovenda ir. Mignon van den Berg aan de tientallen proefkonijnen die ze deels met krantenadvertenties heeft geworven. We zitten allemaal achter een computer. “Daar gaan jullie met een helikopter naar toe. Eenmaal aangekomen nemen jullie ieder een auto om naar het concert te rijden. Met deze pijltjes kun je voor- en achteruit en links en rechts”, wijst ze op het toetsenbord.

Het is een bont gezelschap dat zich heeft verzameld, jong en oud, uit alle gelederen van de samenleving. Een tiener met een petje op en een blikje cola in de hand, snapt wel hoe je moet navigeren in een spelomgeving. Een oudere vrouw leest aandachtig de aangeleverde instructies.

Zenuwen
De situatie waarin de deelnemers in terechtkomen, mag dan nep zijn, toch werken de geluiden, de rennende avatars en de klok die aftikt mensen op de zenuwen. “Dat blijkt ook uit de antwoorden op het vragenformulier dat we de deelnemers na afloop laten invullen”, zegt Van den Berg. “Mensen geven achteraf aan dat ze een verhoogde mate van stress hebben ervaren.”

De promovenda maakt deel uit van het onderzoeksteam van prof.dr.ir. Serge Hoogendoorn. Deze hoogleraar transport kreeg in 2009 een Vici-subsidie van NWO om onder meer uit te zoeken hoe verkeersmodellen beter bruikbaar gemaakt kunnen worden voor evacuaties.

Modellen gaan ervan uit dat reizigers ongeveer weten wat ze kunnen verwachten op de weg, dat ze een duidelijke reisbestemming voor ogen hebben en dat ze afgewogen keuzes maken over de route en vertrektijd. Maar bij een dijkdoorbraak of tsunami gaat dit verhaal natuurlijk niet op.

“De meeste mensen gedragen zich in zulke situaties als kuddedieren”, aldus Hoogendoorn. “Ze doen wat ze gewend zijn. Bounded rationality heet die geestelijke toestand. Pas als mensen echt inzien dat ze niet slim bezig zijn, passen ze hun gedrag aan.”

Is zulk reizigersgedrag tijdens crisissituaties goed te bestuderen met virtuele werelden? Volgens de Delftenaren is daar nog weinig over bekend. Van den Berg: “Ik wil daarom kijken of we met deze techniek volg-
gedrag tijdens evacuaties kwantitatief kunnen aantonen. Dat was tot nu toe onmogelijk.”

Proefpersonen
De afgelopen maanden heeft Van den Berg een tiental experimenten gedaan met telkens ongeveer dertig man. Nu brengt ze de gedragingen van deze proefpersonen in kaart. Wie vertrok welke kant op en wanneer? En hoe beïnvloeden mensen elkaar?

Vooral die laatste vraag is erg interessant. “Het lijkt erop dat mensen zich ook in deze virtuele wereld als kuddedieren gedragen. Dit is een eerste indicatie dat het programma bruikbaar kan zijn om evacuatiemodellen te verbeteren.”

Hoogendoorn heeft hoge verwachtingen. “In onze huidige modellen, bijvoorbeeld om te voorspellen hoe snel een gebied geëvacueerd kan worden bij een overstroming, houden we rekening met het feit dat we niet goed weten hoe mensen reageren. Dat levert onzekerheidsmarges op. Dankzij dit soort onderzoek met avatars kunnen we die marges hopelijk verkleinen.”

De onderzoekers kunnen de situatie ook manipuleren. In het geniep doen ook enkele collega’s van Van den Berg mee als avatars. “Deze ‘mollen’ hebben de opdracht om op bepaalde momenten weg te rennen van het concert”, zegt de promovenda. Als de mollen al wegrennen zodra de aarde beeft en dus niet wachten op het nieuwsbulletin, dan blijken veel deelnemers de ramp te overleven. Maar dan moeten ze wel de goede kant op rennen.

“Het programma is behoorlijk geavanceerd”, vindt Hoogendoorn. “Van de avatars kunnen we achteraf precies nagaan hoe ze reageren nadat ze bepaalde informatie krijgen. Vluchten ze al wanneer ze de aarde voelen trillen, vertrekken ze pas als ze het nieuwsbulletin gehoord hebben of volgen ze de rest van de groep? Normaal ben je voor de analyse achteraf aangewezen op enquêtes.”

De opzet van het experiment is voornamelijk Van den Bergs verdienste. Maar de onderliggende programmering komt van het National Institute of Informatics in Tokyo. Hoogendoorn en zijn collega prof.dr.ir. Hans van Lint, onlangs benoemd tot Antoni van Leeuwenhoekhoogleraar, waren daar enkele jaren geleden te gast om lezingen te geven. Het plan om het computerprogramma in Delft te gebruiken werd na afloop gesmeed in een Belgische kroeg in de Japanse hoofdstad.

De komende jaren willen Hoogendoorn en Van Lint meer experimenten uitvoeren met virtuele werelden. “We denken aan een voetbalstation waar de bezoekers massaal uit moeten evacueren”, zegt Hoogendoorn. Dergelijk onderzoek zal plaatsvinden in het Dittlab, het Delft integral traffic & transport laboratory, een nieuw laboratorium dat Van Lint gaat opstarten.

Het blijft een opmerkelijk gegeven dat mensen, veilig zittend achter hun pc, gestrest raken van een gesimuleerde aardbeving en tsunami.

Van den Bergs collega, psycholoog drs. Erica Kinkel (transport en planning), kijkt er helemaal niet van op. “Er is met opzet een situatie gecreëerd waarin mensen zoveel mogelijk in de virtuele wereld worden opgenomen. De geluiden, die de deelnemers via hun koptelefoon horen, hielpen daar bij. Iedereen moest zijn best doen om binnen een bepaalde tijd bij de helikopter te komen voor de evacuatie. Ook al is de situatie niet echt levensbedreigend, mensen ervaren stress door tijdsdruk.” Of gecreëerde crisissituaties vergelijkbaar zijn met echte rampen blijft een lastige kwestie, geeft de psycholoog toe. “Maar ook in het echte leven geldt dat geen aardbeving of tsunami hetzelfde is.”

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar