‘Wat ik doe, is maatschappelijk relevant’

Aan zijn rapport is niet getornd. ‘Maar de druk was extreem.’ Hoogleraar volkshuisvesting prof.dr. Peter Boelhouwer onderzocht de woningmarkt en leefbaarheid in het aardbevingsgebied in Groningen.

CV
Peter Boelhouwer is hoogleraar Housing Systems en hoofd van de afdeling OTB Onderzoek voor de gebouwde omgeving van de faculteit Bouwkunde. Hij is lid van de raad van toezicht van een woningcorporatie. Verder is hij hoofdredacteur van het ‘Journal of Housing and the Built Environment’, en maakt hij deel uit van de editorial board van diverse wetenschappelijke tijdschriften. Daarnaast is hij voorzitter van het European Network for Housing Research, van de landelijke onderzoeksschool NETHUR en van het Kenniscentrum voor Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF).

Bewoners met psychische problemen, angst voor instortingsgevaar en duizenden beschadigde huizen; zijn onderzoek naar de woningmarkt en leefbaarheid in het aardbevingsgebied in Groningen is prof.dr. Peter Boelhouwer niet in de koude kleren gaan zitten. Begin dit jaar presenteerde hij zijn bevindingen, en die van zeven OTB-collega’s, in een bomvolle zaal in Bedum aan de Nationaal Coördinator Groningen, Hans Alders.
De Delftenaren enquêteerden gedurende driekwart jaar inwoners van negen risicogemeenten en analyseerden statistische modellen om de prijsdaling van huizen te berekenen. Ze deden dit in opdracht van de ‘Dialoogtafel Groningen’, een overleggroep van betrokkenen en gedupeerden. De tafel werd in maart vorig jaar ingesteld om een bijdrage te leveren aan het herstel van vertrouwen in Noordoost-Groningen.
Enkele belangrijke conclusies van het rapport: 29 procent van de huishoudens in de risicogebieden voelt zich onveilig en in vierduizend huishoudens kampt men met psychische problemen. Van een ruimhartige compensatie door de NAM zou geen sprake zijn.

Door de regels heen lees je duidelijk dat u de NAM te passief vindt.
“Het is belangrijk dat er veel ruimhartiger wordt gecompenseerd. Veel mensen hebben angst dat ze hun huis niet kunnen verkopen. Het gevoel dat je niet meer weg kunt, is heel vervelend. Een opkoopregeling moet mensen weer perspectief bieden. Geld zou geen probleem mogen zijn. De afgelopen decennia is er voor 211 miljard euro aan gas uit het gebied gehaald. Ook de renovatie van huizen moet beter aangepakt worden. In 2015 hadden drieduizend woningen gerenoveerd moeten worden. De NAM heeft er maar 23 laten opknappen.”

Was het lastig om uw onafhankelijkheid te behouden in deze politiek gevoelige kwestie?
“Dit onderzoek was een sprong in het diepe. ‘Waar begin ik aan?’, dacht ik. Nooit eerder heb ik meegemaakt dat de belangen zo extreem ver uit elkaar lagen. Het was een wespennest. Iedereen probeerde druk op me uit te oefenen. Tot het laatst aan toe. In het persbericht wilden leden van de begeleidingscommissie vermelden dat de methodiek van waardedaling van de NAM niet deugde. En dat dit uit het onderzoek zou zijn gebleken. Dat is onjuist. Dat heb ik uit het persbericht moeten verwijderen. We zijn geen speelbal van de begeleidingscommissie geweest. Maar we hebben daarvoor sterk in onze schoenen moeten staan.
Ik heb in het rapport gezocht naar de juiste toon. De urgentie en de wanhoop van de mensen zit er goed in verwerkt. Maar ook het perspectief dat hen geboden kan worden. Als er een faire compensatieregeling komt en de huizen worden goed versterkt, willen de meeste mensen in het gebied helemaal niet verhuizen.”

Schrok u van de bevindingen?
“Ik had me natuurlijk verdiept in het gebied. Maar het onderzoek en de resultaten hebben me wel erg aangedaan. Het is heel heftig wat de bewoners overkomt. Mensen vertelden dat hun grootouders hun kleinkinderen niet meer te logeren krijgen vanwege het instortingsgevaar. En ouders vertelden dat ze iedere keer weer opgelucht zijn als hun kinderen veilig van school terugkeren.
‘U toont geen emotie’, werd me verteld tijdens de eerste bijeenkomst waarbij ik tussentijdse resultaten presenteerde in een zaal met enkele honderden bewoners. Ik probeerde zakelijk te zijn. Nu vertel ik bij bijeenkomsten meteen dat het me ook raakt en dat het ernstig is. Soms stond ik te praten met mensen die plots helemaal uit hun dak gingen.
De NAM heeft de inwoners ook jarenlang voorgelogen. ‘Nee, er is geen relatie tussen gaswinning en aardbevingen.’ Tot in 2012 de grote schok bij Huizinge zich voordeed. Toen konden ze er niet meer omheen. Sinds 1987 is Groningen getroffen door duizend bevingen. Ik heb zelf nog nooit een aardbeving meegemaakt. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe dat is. Je ligt te slapen en je hele huis trilt plots.”

Als hoogleraar volkshuisvesting werkt u vaak aan  politiek en maatschappelijk gevoelige onderwerpen. Hebt u de druk die u ervoer bij het onderzoek in Groningen eerder meegemaakt?
“Ik heb jarenlang in de VROM-raad gezeten. Ik adviseerde het ministerie over hervormingen van de woningmarkt, samen met andere deskundigen. Dat ligt allemaal heel gevoelig. Het is de kunst om je onafhankelijkheid te bewaren. Onze uitspraken werden vaak uit hun context gerukt. Dat gebeurde bijvoorbeeld met uitspraken van mij over speciale leningen voor starters. Over startersleningen ben ik positief, maar niet als de markt oververhit is. Dan moet je die niet aanbieden. Men probeerde ons allerlei woorden in de mond te leggen. We lopen altijd op eieren.”

Welke trends ziet u in de woningmarkt?
“De schaarste loopt op. Er wordt te weinig gebouwd. Zeker met de huidige toename aan immigratie. Dit is ook een gevoelig punt. De Rijksbouwmeester zegt: ‘Nee, je moet geen nieuwe woningen bouwen, maar leegstaande kantoorgebouwen veranderen in woningen. Leegstand ziet er niet uit. En het is kapitaal-
vernietiging om gebouwen leeg te laten staan’.”

Bent u het niet met de Rijksbouwmeester eens?
“Leegstand aanpakken is prima. Maar met de aanpak van leegstaande kantoorgebouwen
alleen gaan we het bij lange na niet redden. In veel kantoren mag je niet eens wonen omdat ze te dicht langs de snelweg staan. Jarenlang hebben we aan Vinex-woningen gewerkt. Dat project is nu klaar. Nu bouwen we jaarlijks minder dan vijftigduizend huizen. Dat zijn er veel te weinig. Tegen 2020 zal het huizentekort opgelopen zijn van de huidige 2,5 à 3 procent tot 3,7 procent. Prijzen gaan daardoor sterk stijgen. Je zult zien dat mensen langer bij hun ouders blijven wonen of in caravans gaan wonen. Londen is ons voorland. In Londen heb je veel gezinnen die een huis delen. . Die kant gaat het hier ook op als gebeurt wat de Rijksbouwmeester wil. Steden zijn dan alleen nog maar voor de superrijken. Is dat goed of slecht? Mij lijkt het niet zo wenselijk. Maar het is maar net hoe je daar in politiek opzicht tegenover staat.”

U wordt er wel eens van beticht een stroman van de bouwsector te zijn.
“Dat verwijt krijg ik wel eens te horen. Vooral in verband met de Monitor Koopwoningen die we vier maal per jaar maken en waarin we de trends in de koopwoningmarkt beschrijven. Ik vind dat ik mijn mening moet geven. Wat ik doe is maatschappelijk relevant. Ik wil niet langs de zijlijn blijven staan. Toen ik studeerde ben ik me op huisvesting gaan richten omdat ik het maatschappelijk relevant vond. Het was de jaren tachtig, de tijd van de kraakbeweging. Die beweging had een punt. Er waren te weinig woningen.

‘De kraakbeweging had een punt: er waren te weinig woningen, zeker voor jongeren’

Zeker voor jongeren. Die werden uitgebuit. Zelf heb ik nooit gekraakt. Ik bemoeide me via de gemeenteraad met de politiek. Nu gaan we weer die kant op van enorme woningtekorten. Geloof me, het gaat helemaal fout.”

Ziet u ook positieve kanten aan de woningmarktcrisis?
“De zegen van de crisis is dat architecten moeten maken waar mensen om vragen. Stedenbouwkundigen hadden zo hun eigen visies. In Delft had je de modernistische school van Le Corbusier. De Bijlmer is er een exponent van geweest. Dat is volslagen mislukt. Een trend die je nu ziet is ‘glocalisering’. Naast de globalisering die doorzet, wordt de samenleving steeds individueler en mensen zoeken de persoonlijke contacten terug in hun directe woonomgeving. Je hebt wijken waar iedereen ecologisch verantwoord is, je hebt wijken voor paarden- en golfliefhebbers en multiculturele wijken. Stedenbouwkundigen en architecten moeten nu inspelen op deze trend en luisteren naar de mensen. Voor de crisis konden ze een huis op zijn kop bouwen en dan nog werd het verkocht.”

Foto © Sam Rentmeester . 20160302 . Peter Boelhouwer Delft Integraal DI // interview

Foto © Sam Rentmeester . 20160302 .
Peter Boelhouwer
Delft Integraal DI // interview

Blijf op de hoogte van het onderzoek

Ontvang de Delft Integraal nieuwsbrief 4 keer per jaar